Ga naar inhoud

Basisrecept witbrood

Voorbereiding

Verwarm de oven voor op 220°C.

Bereidingswijze

  1. Mengen: doe de bloem in een grote kom en meng eerst het zout en dan de gedroogde gist erdoor. Maak een kuiltje in de bloem en giet een gedeelte van het water (150 ml) erin. Roer met een houten lepel vanuit het midden tot het deeg elastisch aanvoelt. Voeg eventueel de rest van het vocht toe.
  2. Kneden: bestrooi het werkblad met bloem en leg het deeg erop. Zet de muis van je hand op het deeg en druk het van je af. Vouw het deeg dubbel en kneed het in de andere richting. Zo rek je de gluten in de bloem op. Dit zorgt samen met het koolzuur uit de gist voor een luchtig brood.
  3. Eerste rijzing: bestuif de mengkom licht met bloem, leg het deeg erin en dek af met vershoudfolie of een vochtige doek. Laat het deeg op een warme plaats circa 1 uur rijzen of tot het volume is verdubbeld.
  4. Vormen: kneed het deeg nogmaals door. Vorm een rol van het deeg, vouw de deeguiteinden terug en leg de deegnaad onder in de vorm. Gebruik je een broodvorm, leg dan het deeg in de vorm. Gebruik je een bakplaat, leg het dan los op de bakplaat. Dek het deeg af met vershoudfolie of een vochtige doek.
  5. Tweede rijzing: laat het deeg 30-50 minuten narijzen. Niet langer, dan zakt het in tijdens het bakken. Het deeg is goed als de indruk van een vinger langzaam terugveert.
  6. Bakken: knip of snijd het deeg eventueel in. Besprenkel met water voor een glanzende korst en bak midden in de oven op 220°C. Het brood is gaar als het goudbruin is en hol klinkt als je er tegenaan tikt. Haal het brood uit de vorm of van de plaat en laat het 30 minuten afkoelen op een rooster.
Beoordeel dit gerecht
(op basis van 147 beoordelingen)